English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

drop in Dutch:

1. laten vallen laten vallen


iemand laten vallen (als een baksteen)

2. val val


Val! riep hij toen hij haar herkende.
Ik val maar meteen met de deur in huis. Je bent ontslagen.
Val me alsjeblieft niet in de rede.
Hoogmoed komt voor de val.
Val niet voor één van zijn oude trucs.

Dutch word "drop"(val) occurs in sets:

Engels Unit Juan

3. drop drop


Hij kwam van de regen in de drop.