English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

concert in Dutch:

1. concert concert


Gisteravond was ik liever naar het concert geweest.
We hebben ons gehaast om niet te laat te komen op het concert.
Ik wil de beroemde pianist spreken voor het concert.
Het concert was leuk, maar het was wel koud in de zaal.
Moet ik voor u een kaartje reserveren voor het concert?
Mensen zouden hun ziel verkopen om vanaf deze plaatsen naar het concert te luisteren.
Meer dan 3000 mensen waren op het concert.
Ik wou naar het concert gaan.
Het volgende concert zal in juni zijn.
Als moderne muziek u niet aantrekt, is dat concert niets voor u.
Er waren veel toehoorders op het concert.
Zijn concert was geweldig.
Het concert begint zo dadelijk.
Het stadsorkest gaf gisteren een concert.
Hij houdt niet van dit concert.