English Dutch Dictionary

English - Nederlands, Vlaams

cause in Dutch:

1. veroorzaken



2. oorzaak


Eerlijkheid is de belangrijkste oorzaak van zijn succes.
Hopeloosheid kan de oorzaak zijn van zelfmoord.
De meest voorkomende oorzaak van het verlies van optimisme is het winnen van ervaring.
De afdeling Forensische Opsporing probeert de oorzaak van de brand van vandaag vast te stellen.
Wat is de oorzaak?
De politie onderzoekt de oorzaak van het ongeval.
God is de oorzaak van alle dingen.
De oorzaak van de brand was bekend.

3. de oorzaak


Je moet de oorzaak van de problemen aanpakken

Dutch word "cause"(de oorzaak) occurs in sets:

De populairste Engelse woorden 901 - 950