Czasowniki, odmiana.

 0    68 flashcards    Maqurebli
download mp3 print play test yourself
 
Question Answer
ja jestem
start learning
Ik ben
ty jesteś
start learning
jij bent
on jest
start learning
hij is
ona jest
start learning
ze is
my jesteśmy
start learning
wij zijn
wy jesteście
start learning
jullie zijn
oni są
start learning
zij zijn
ja mam
start learning
Ik heb
ty masz
start learning
jij hebt
on ma
start learning
hij heeft
ona ma
start learning
ze heeft
my mamy
start learning
wij hebben
wy macie
start learning
jullie hebben
oni mają
start learning
zij hebben
szukam
start learning
Ik zoek
szukasz
start learning
jij zoekt
on szuka
start learning
hij zoekt
ona szuka
start learning
ze zoekt
szukamy
start learning
wij zoeken
szukacie
start learning
jullie zoeken
oni szukają
start learning
zij zoeken
idę
start learning
Ik ga
idziesz
start learning
jij gaat
on idzie
start learning
hij gaat
ona idzie
start learning
ze gaat
idziemy
start learning
wij gaan
idziecie
start learning
jullie gaan
oni idą
start learning
zij gaan
pytam
start learning
ik vraag
pytasz
start learning
jij vraagt
on pyta
start learning
hij vraagt
ona pyta
start learning
ze vraagt
pytamy
start learning
wij vragen
pytacie
start learning
jullie vragen
oni pytają
start learning
zij vragen
pomagam
start learning
ik help
pomagasz
start learning
jij helpt
on poamaga
start learning
hij helpt
ona pomaga
start learning
ze helpt
pomagamy
start learning
wij helpen
pomagacie
start learning
jullie helpen
oni pomagają
start learning
zij helpen
muszę
start learning
Ik moet
musisz
start learning
jij moet
on musi
start learning
hij moet
ona musi
start learning
ze moet
musimy
start learning
wij moeten
musicie
start learning
jullie moeten
oni muszą
start learning
zij moeten
czuję się
start learning
Ik voel
czujesz się
start learning
jij voelt
on czuje się
start learning
hij voelt
ona czuje się
start learning
ze voelt
czujemy się
start learning
wij voelen
czujecie się
start learning
jullie voelen
oni czują się
start learning
zij voelen
otwieram
start learning
ik open
otwierasz
start learning
jij opent
on/ona otwiera
start learning
hij / zij opent
otwieramy
start learning
wij openen
otwieracie
start learning
jullie openen
oni otwierają
start learning
zij openen
zamykam
start learning
ik sluit
zamykasz
start learning
jij sluit
on/ona zamyka
start learning
hij / zij sluit
zamykamy
start learning
wij sluiten
zamykacie
start learning
jullie sluiten
oni zamykają
start learning
zij sluiten

You must sign in to write a comment